Bedrijven met een eigen laadinfrastructuur kunnen naast lagere energiekosten mogelijk ook extra inkomsten genereren via ERE (EmissieReductie-Eenheden). ERE vervangt de voormalige HBE-systematiek en beloont de CO₂-reductie die wordt gerealiseerd met elektrisch laden. In combinatie met een slim ontworpen energiesysteem – zoals batterijopslag, een Energy Management System (EMS) en zonnepanelen – kan dit de businesscase voor een laadplein aanzienlijk versterken.
Steeds meer organisaties investeren in elektrische bedrijfsauto's, bestelwagens en vrachtwagens. Daarmee groeit ook de behoefte aan een eigen laadplein.
De voordelen zijn duidelijk:
Maar veel bedrijven realiseren zich niet dat een laadplein méér kan opleveren dan alleen gemak en lagere energiekosten.
Met ERE ontstaat namelijk een extra financieel voordeel voor organisaties die elektrisch laden faciliteren.
Misschien kent u de term HBE (Hernieuwbare Brandstofeenheden) nog. Jarenlang konden exploitanten van laadpunten via dit systeem een vergoeding ontvangen voor de levering van hernieuwbare elektriciteit aan elektrische voertuigen.
Vanaf 2026 maakt HBE plaats voor ERE: EmissieReductie-Eenheden.
De nieuwe systematiek sluit beter aan bij de Europese klimaatdoelstellingen en richt zich op de daadwerkelijke emissiereductie die wordt gerealiseerd door duurzame mobiliteit.
Voor bedrijven verandert het belangrijkste voordeel niet: ook onder de nieuwe systematiek kan elektrisch laden een aanvullende inkomstenbron opleveren.
Wanneer een elektrisch voertuig wordt geladen via een daarvoor geschikte laadinfrastructuur, kan de gerealiseerde emissiereductie onder voorwaarden worden geregistreerd.
Deze registratie verloopt via een erkende marktpartij, ook wel een inboekdienstverlener genoemd.
De geregistreerde ERE's kunnen vervolgens worden verhandeld aan partijen die moeten voldoen aan de Nederlandse brandstoftransitieverplichtingen.
Voor de eigenaar van de laadinfrastructuur betekent dit dat iedere geladen kilowattuur niet alleen bijdraagt aan duurzame mobiliteit, maar mogelijk ook een financiële waarde vertegenwoordigt.
ERE is met name interessant voor organisaties die investeren in eigen laadinfrastructuur, zoals:
Juist deze organisaties combineren elektrificatie vaak met investeringen in batterijopslag, zonnepanelen en slim energiemanagement.
Een laadplein is veel meer dan een verzameling laadpalen.
Wanneer alle onderdelen van de energievoorziening slim samenwerken, ontstaat een veel aantrekkelijkere businesscase.
Denk aan de combinatie van:
Hierdoor kan lokaal opgewekte energie direct worden gebruikt of tijdelijk worden opgeslagen. Het EMS bepaalt vervolgens automatisch wanneer voertuigen het meest voordelig worden geladen.
Dat levert meerdere voordelen op:
Juist deze integrale aanpak maakt het verschil tussen een laadplein dat alleen stroom levert en een laadplein dat actief bijdraagt aan een rendabele energievoorziening.
Een belangrijk verschil met regelingen zoals SPRILA of Flex-E is dat ERE geen subsidie is.
Waar subsidies de investering verlagen, creëert ERE juist een potentiële inkomstenstroom tijdens de exploitatie van uw laadinfrastructuur.
Daardoor vullen beide regelingen elkaar uitstekend aan.
Een mogelijke aanpak ziet er als volgt uit:
| Regeling | Doel |
|---|---|
| SPRILA | Verlaagt de investering in laadinfrastructuur |
| Flex-E | Ondersteunt slimmer energiegebruik bij netcongestie |
| EIA / MIA | Verlagen de netto investeringskosten via fiscale voordelen |
| ERE | Genereert mogelijk extra inkomsten tijdens de exploitatie |
Zo ontstaat een businesscase waarin zowel de investering als de operationele opbrengsten worden geoptimaliseerd.
Een logistiek bedrijf wil zijn dieselbestelwagens vervangen door een volledig elektrisch wagenpark.
Hiervoor wordt een eigen laadplein gerealiseerd.
Samen met QPOWER kiest het bedrijf voor:
Het EMS zorgt ervoor dat voertuigen zoveel mogelijk laden op momenten waarop de eigen zonnestroom beschikbaar is of de elektriciteitsprijs laag is. De batterij voorkomt hoge piekbelasting op de netaansluiting.
Daarnaast wordt onderzocht hoe de geleverde elektriciteit kan bijdragen aan inkomsten via de ERE-systematiek.
Het resultaat is een laadplein dat niet alleen klaar is voor verdere elektrificatie, maar ook financieel aantrekkelijker wordt gedurende de exploitatie.
Nee. ERE vervangt de voormalige HBE-systematiek. Het doel blijft vergelijkbaar: het stimuleren van duurzame mobiliteit, maar de systematiek sluit beter aan op de Europese regelgeving.
Niet automatisch. Deelname is afhankelijk van de inrichting van de laadinfrastructuur en de voorwaarden van de regeling. Registratie verloopt via een erkende inboekdienstverlener.
Ja. SPRILA ondersteunt de investering in laadinfrastructuur, terwijl ERE betrekking heeft op de exploitatie en mogelijke inkomsten uit elektrisch laden.
Nee. Een batterij is geen voorwaarde. Wel kan batterijopslag de businesscase aanzienlijk versterken doordat lokaal opgewekte energie slimmer wordt benut.
Een Energy Management System stemt opwek, opslag, verbruik en laden op elkaar af. Daardoor wordt de beschikbare energie efficiënter gebruikt en ontstaat meer financieel rendement.
Een laadplein is vandaag de dag veel meer dan een voorziening om voertuigen op te laden. Het vormt een belangrijk onderdeel van uw totale energievoorziening.
Door laadinfrastructuur slim te combineren met batterijopslag, energiemanagement en lokale opwekking ontstaat een flexibel energiesysteem dat beter bestand is tegen netcongestie én financieel aantrekkelijker is.
Wilt u weten hoe ERE, batterijopslag en slim laden kunnen bijdragen aan uw businesscase?
Plan een EnergieScan met de specialisten van QPOWER. We brengen uw energieverbruik, netcapaciteit en investeringsmogelijkheden in kaart en laten zien hoe u maximaal rendement haalt uit uw laadinfrastructuur.